De behoefte aan een leermeester Door Sipko A. den Boer Wat is precies de rol en functie van een leermeester? Kun je het spirituele pad in ons moderne, individualistische tijdperk ook bewandelen zonder een gids of mentor? Maakt het hebben van een leraar je niet te afhankelijk? In de soefitraditie is de opvoeding van het hart niet iets individueels, maar een proces dat plaatsvindt met anderen en waarbij kennis wederzijds wordt overgedragen. In Het wetende hart heeft Kabir een compleet hoofdstuk aan dit onderwerp gewijd, dat hij heel toepasselijk ‘Druiven rijpen terwijl ze naar elkaar glimlachen’ noemde. Hij vergelijkt het rijpen van de ziel in de soefitraditie met het maken van yoghurt: ‘Dat is op zich niet zo moeilijk’, zegt hij, ‘als je de melk, de yoghurtcultuur en de juiste omgeving hebt en er de tijd voor neemt die ervoor nodig is. We hebben allemaal de melk al, maar of die melk zuur wordt of een heerlijke yoghurt, hangt af van bepaalde invloeden, en een van de belangrijkste daarvan is de aanwezigheid van de yoghurtcultuur’, een directe verwijzing naar de traditie en de gids op het spirituele pad, en hij vervolgt: ‘De leerling, de leermeester, de stichter van de traditie of orde en de Profeet zijn met elkaar verbonden door de zegen brengende kracht van een gezuiverde geestestoestand. Je hebt daar deel aan door een verwantschap van vriendschap en respect, waardoor je gaandeweg je innerlijke band daarmee versterkt.’ We staan in onze tijd niet vaak meer stil bij het wonder hiervan. Je zou kunnen zeggen dat er geen oog meer is voor het mysterie van dit gebeuren. Traditioneel werd in het spirituele onderricht dat bekend staat als de soefileerweg de goddelijke daad kenbaar. Het moment dat je als leerling de hand van je leraar vastpakt wordt bayat of initiatie genoemd. Dat Mevlâna de stille aanwezigheid van God in deze verbintenis onderkent wordt duidelijk als we de volgende woorden lezen uit zijn Masnavî: ‘Hand boven hand, mijn zoon [dochter], in vaardigheid en kracht tot aan de essentie van God. Het beginpunt van alle handen is de hand van God, het eindpunt van alle bergstromen zonder meer de zee.’ Hoewel coaching op professioneel en persoonlijk vlak een hoge vlucht heeft genomen, stellen we ons bij het woord leermeester vaak een autoritaire leider voor. We denken dan met name aan de machtmisbruik en volgzaamheid waarbij geen kritiek wordt geduld. Ongetwijfeld zijn er genoeg voorbeelden van dit soort uitwassen – een gevoelig onderwerp in een tijd waarin vrijheid hoog in het vaandel staat. Hoe je het ook wendt of keert, kennis, ervaring en soms ook macht zijn tussen de leermeester en de leerling ongelijk verdeeld, maar dat we daardoor alleen nog maar de schaduwkanten van deze verhouding zien, zou je een vorm van spirituele nivellering kunnen noemen. De leermeester-leerling relatie heeft eeuwenlang dienst gedaan in de wereld van religie, spiritualiteit, de schone kunsten en in ambachtelijke beroepen. Een leermeester die zich ook leerling blijft voelen, heeft door zijn/ haar wijsheid een natuurlijk overwicht op anderen. In wezen zegt het soefisme: ‘Alle mensen zijn gelijk, maar wie iets wil leren heeft een leermeester nodig.’ Kabir heeft jaren geleden wel eens gezegd tegen mij gezegd: ‘Een mentor die geen leermeester erkent bevindt zich in een benarde positie.’ Roemi bevestigt dit ook in de volgende versregels: ‘Als iemand op reis gaat zonder gids, wordt elke tweedaagse reis een reis van honderd jaar. Wie een beroep uitoefent zonder dat hij een leermeester heeft, wordt – waar hij ook woont – het mikpunt van spot. Wordt ter wereld ooit een afstammeling van Adam – op een enkele uitzondering na – geboren zonder ouders? Wie verdient, verwerft rijkdom; het komt zelden voor dat je een verborgen schat vindt.’ Ik ben de goddelijke voorzienigheid nog altijd bijzonder dankbaar voor deze spirituele vriendschap waarvoor ik me mag inzetten. Misschien vraag je je af waar een leermeester of een mentor het gezag vandaan haalt om anderen te onderwijzen. Zij zijn tenslotte net als ons mens en geen van beiden kunnen we zonder slaap of voedsel [vergelijk Koran 25:8]. Omdat het niet eenvoudig is hierop een eenduidig antwoord te geven, zijn er vaak maar een handvol leerlingen die het innerlijk geheim van de meester vernemen. Dit dilemma werd heel mooi verwoord door de leermeester uit Nazareth: ‘Nergens wordt een profeet zo miskent als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie’ Omdat het pad naar eenheid vol zit met valkuilen, worden we telkens verraden door iets dat onecht in ons is. Willen we bevrijd worden van de tirannie van de nafs, dan moeten we de hulp inroepen van een chirurg of een vroedvrouw om de waarheid in ons geboren te laten worden. Kan het water van een verontreinigde beek de mest opruimen? Kan menselijke kennis de onwetendheid van het zinnelijke zelf wegvagen? Hoe vervaardigt een zwaard zijn eigen gevest? Vertrouw de genezing van deze wond toe aan een chirurg, want rond de wond verzamelen zich vliegen tot ze onzichtbaar is. Dit zijn je zelfzuchtige gedachten en al je dromen over bezit. De wond is je eigen zwarte gat. (Roemi, Masnavî I:3221 3224) Literatuur: Kabir Helminski Het wetende hart, De weg van de soefi: Verdieping en transformatie, Utrecht, 2002 George Steiner, Het oog van de meester, Amsterdam, 2003
terug naar boven
|
|