Agenda
terug 

Mevlevi derwisjschap

Kabir Helminski

Dit artikel is zowel bedoeld voor mensen die overwegen zich hechter met Threshold Society te verbinden als voor mensen die dit pad al volgen.
Als Mevlevi-derwisj stap je in een netwerk, opgezet om de mogelijkheden van spirituele groei te optimaliseren in een sfeer van solidariteit, loyaliteit, dienstbaarheid, vertrouwen en genegenheid. Dit houdt in dat je de leiding aanvaardt van een sjeich (of chalife), je verbindt met de leerweg van de Mevlevi-orde en je dienstbaar opstelt. Een aantal grondbeginselen betreffende het derwisjschap en de adâb (spirituele hoffelijkheid) wordt zowel op de website  als in mijn boek Het wetende hart uiteengezet. Als je geen helder beeld hebt van de grondbeginselen van dit pad, verzwakt dit niet alleen de band met je sjeich maar ook met je spirituele medereizigers.
Er zijn binnen de traditie altijd twee groepen geweest die aan de activiteiten van de tariqa deelnamen: de moehîbs (vrienden van de orde) en de derwisjen (die het pad van inwijding volgden). Derwisj zijn is iets anders dan moehîb zijn. De laatste verbindt zich, om welke reden dan ook, niet volledig met de tariqa en alle verantwoordelijkheden en voorrechten die daarbij horen.

Traditionele soefi-tariqa's stellen over het algemeen heel duidelijk wat zij verwachten van de derwisjen, de mensen die de initiatie (bayat) hebben ontvangen. Dit maakt deel uit van het spirituele onderricht. De soefi-traditie onderscheidt zich van de benaderingen die je in de maatschappij en op de hedendaagse spirituele markt aantreft, waarin zich vooral de consumptieve, op het ik gerichte mentaliteit weerspiegelt van de cultuur waarin we leven. Zo kun je je bijvoorbeeld bij een sportschool aanmelden, maandelijks je contributie betalen en erheen gaan wanneer het je uitkomt. Als je een tijdje niet gaat, loop je hooguit de kans dat je wat ‘uitdijt’ en dat je spieren verslappen, maar dat heeft als zodanig geen gevolgen voor de sportschool of de overige leden. Een ander voorbeeld is dat je je inschrijft voor een cursus aan een open universiteit. Is die afgerond, dan ben je klaar. En dan zijn er op de spirituele markt allerlei workshops te volgen met verschillende leraren en verschillende spirituele oefeningen, die je aan je zelfbedachte leerweg kunt toevoegen.
Ook al dient dit alles vaak wel een doel, het is beslist geen optimale, volledige uiting van het leerproces van het soefi-pad. Het wijst op de versplintering binnen de hedendaagse samenleving, waar het individu de boventoon voert en gemeenschapszin slechts één van de vele opties is. Soefisme is echter een weg waarin je een band aangaat met het goddelijke (de Bron) en alle aspecten van je leven daar op een samenhangende manier toe laat bijdragen.

In Het Wetende Hart heb ik de rol van de sjeich vergeleken met de dirigent van een symfonieorkest, iemand die het beste in ieder van de orkestleden naar boven haalt en ook trouw blijft aan het muziekrepertoire. Je kunt een soefi groep ook vergelijken met de crew van een zeilschip die traint voor een regatta. Wij gaan er in onze opleiding vanuit dat we ons ego opzij kunnen zetten en als een team kunnen samenwerken. We zijn niet in competitie met andere soefi groepen, maar proberen onze eigen mogelijkheden te verwezenlijken. We beseffen ook dat we wanneer we spiritualiteit louter en alleen zien als een privéaangelegenheid of iets individueels, ten prooi kunnen vallen aan bepaalde vormen van egoïsme. Met egoïsme bedoelen we het rechtvaardigen en verdedigen van egoïstische bedoelingen. De remedie hiervoor is nederigheid, dienstbaarheid en liefde. Vandaar dat we gemeenschapszin zien als één van de beste voorwaarden voor spirituele ontwikkeling. Dit is echter geen vorm van je naar binnen keren of een soort cult idee van communautair leven, maar iets dat uiteindelijk gericht is op het verwezenlijken van een gevoel van verbondenheid met de hele mensheid en het hele leven.
Laten we nu eens kijken naar enkele grondbeginselen van het pad van inwijding binnen de soefi-traditie.

1. Je bent een Mevlevi-derwisj als je het pad van Mevlâna hebt gekozen als je voornaamste spirituele verbintenis en een bepaalde leraar en zijn/haar vertegenwoordigers aanvaardt als toegang tot deze traditie.

2. De band met de leraar  - die dient als kanaal van de zegenbrengende kracht (baraka) van de traditie - brengt een stroom van welwillendheid, zegen en liefde op gang. Die stroom - en daar hoef je niet geheimzinnig over te doen - hangt af van de oprechtheid van de zoeker. Zonder een bepaalde mate van nederigheid, toewijding en inzet bereik je als spirituele zoeker niet veel. Niet iedereen staat op dezelfde intieme voet met de leraar, maar er moet op z'n minst sprake zijn van wederzijds vertrouwen en respect.

3. De sfeer binnen de Mevlevi kring draagt ook bij tot de spirituele groei. De mate waarin hangt natuurlijk af van de bereidheid van elk van de groepsleden om vertrouwen en vriendschap aan te kweken, open en eerlijk met elkaar te communiceren en je echt te verbinden. Je moet er alles aan doen om binnen de groep wrok en roddelen te voorkomen. Ook al zullen er zich onvermijdelijk conflicten voordoen op interpersoonlijk gebied, die kun je oplossen door je bewust welwillend op te stellen en je bewust te zijn van het hogere doel van de Traditie.

4. Van elke derwisj wordt verwacht dat hij/zij deelneemt aan de activiteiten van de groep en die als een van de hoogste prioriteiten in zijn/haar leven beschouwt. De sjeich en de groep moeten geen druk hoeven uitoefenen op de derwisj, het gevoel van verbondenheid moet voortkomen uit zijn/haar eigen, bewuste intentie. Wie de steun wil van een liefdevolle kring, moet ook inzien dat dit verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Als je je verplichtingen jegens je familie/gezin en je werk altijd voor laat gaan boven je spirituele beoefening en je verantwoordelijkheid jegens de groep, hebben je privéleven en je baan daar uiteindelijk ook onder te lijden. De spirituele verbintenis verdiept nu eenmaal de band met de Bron van het leven en daaruit vloeit al het andere voort. Het voeden van je innerlijk leven heeft onvermijdelijk positieve gevolgen voor je dagelijks bestaan.

5. Het is in principe zo dat een derwisj met duidelijke, oprechte bedoelingen binnen het raamwerk van de tariqa alles krijgt wat hij/zij van de groep en de leraar nodig heeft. Dit wil niet zeggen dat je niet ook van de baraka en de wijsheid van andere soefi leraren kunt profiteren, mits je daarbij de inzet en liefde voor en verbinding met het pad dat je gekozen hebt in stand houdt. Het bezoeken van een andere sjeich of groep kent traditioneel een bepaald protocol. Het is hierbij belangrijk dat je van meet af aan duidelijk maakt dat je als derwisj in een bepaalde orde bent ingewijd. Het is te doen gebruikelijk dat je hiervoor de zegen van je sjeich of leraar vraagt. Omdat het soefisme in zijn klassieke vorm een samenhangend systeem is, kun je uiteraard profijt hebben van het zo nu en dan luisteren naar wat andere leraren/sjeichs te zeggen hebben. Maar het moet je als ingewijde duidelijk zijn welk pad en welke leer - met de spirituele oefeningen die daarbij horen - je volgt. Men zegt dat je geen verschillende geneesmiddelen van verschillende artsen moet gebruiken. Zo is het ook belangrijk om geen activiteiten van andere soefi-groepen te vermengen met die van je eigen orde.

Het is binnen Threshold Society gebruik om voor bepaalde bijeenkomsten of retraites gastdocenten uit te nodigen. We doen dit enerzijds om te laten zien dat de soefi-leer grotendeels met elkaar samenhangt en zo een nieuw licht te werpen op de soefi-leer in het algemeen. Hiermee ontwikkel je ook een gevoel van broeder/zusterschap dat dat van je eigen tariqa te boven gaat. Volgens de traditie moet je echter geen oefeningen doen buiten die van je eigen sjeich en leerweg om. Buitensporige honger naar kennis of oefeningen is een teken van geestelijk egoïsme. Hoe weet je of je op zoek bent naar echte zingeving en verdieping, of dat je alleen maar kennis wilt opdoen? Zo werd ons in Turkije bijvoorbeeld verteld dat Mevlevi's wanneer ze een andere tariqa bezoeken niet meedoen met de zikr. Ook al stellen wij dergelijke eisen niet, toch is dit de moeite van het vermelden waard. Een leraar is toegewijd aan een derwisj die zelf toegewijd is. Wie, nadat hij/zij in een bepaalde tariqa is geïnitieerd, elders naar informatie, oefeningen en spirituele ervaringen op zoek gaat, geeft daarmee te kennen dat hij/zij niet heeft begrepen hoe de spirituele wetmatigheden binnen zijn/haar eigen tariqa werken. Er kunnen uitzonderingen op deze regel zijn, maar het is wel belangrijk dat je dit met je eigen sjeich bespreekt. Zo zei een Mevlevi-sjeich eens tegen ons dat een kind met twee peters of meters op het feest (eid) zonder feestmuts zit. Naarmate jij een groter vertrouwen in je sjeich stelt, zal zijn/haar betrokkenheid bij jouw spirituele ontwikkeling toenemen.

6. Er zou tussen derwisj en sjeich genoeg liefde moeten zijn om onder alle omstandigheden samen verder te kunnen gaan – door dik en dun, in goede en slechte tijden, bij verruiming en vernauwing (spirituele stilstand en groei), afstandelijkheid en intimiteit. Soms gaan mensen van de ene leraar naar de andere, maar haken af precies op het moment waarop ze geconfronteerd worden met een zwakheid of blinde vlek die ze niet onder ogen willen zien. De gevolgen daarvan zijn duidelijk.
Op een bepaald moment bevond ik me in Turkije was in het gezelschap van sjeichs, die het hadden over de band met hun moersjîd (het hoofd van een orde). Een van hen vertelde over zijn eigen spirituele reis en besloot dat verhaal met: ‘Uit de gunst van je sjeich vallen is erger dan de val van een tien verdiepingen hoog gebouw.’ Ook al lijkt dit overdreven streng en aan de patriarchale kant, het was de oprechte, berouwvolle uiting van een leraar die wij zeer hoog achten.

7. Goede sjeichs worden gemaakt door goede studenten. Het is een band van wederzijdse betrokkenheid, waarbij de leider ten dienste staat van de gemeenschap en de gemeenschap zijn leider in alle vrijheid steun en vertrouwen geeft. Een van onze leraren vertelde het volgende verhaal. Een bepaalde sjeich ging naar een bank om een hypotheek aan te vragen. De bank weigerde hem deze te verstrekken. Dit kwam de leden van de uitgebreide gemeenschap van de sjeich ter ore, waarop ze besloten naar de bank te gaan om al hun geld op te nemen. Toen de bankdirecteur besefte wat er gaande was, raakte hij in paniek. Hij riep de sjeich bij zich en vroeg hem of hij zijn aanhangers er niet langer toe wilde aanzetten om hun geld op te nemen. ‘U begrijpt het verkeerd. Ik heb nooit tegen hen gezegd dat ze hun geld moesten opnemen. Alleen u kunt hen op andere gedachten brengen.’ Die gemeenschap had duidelijk hoogontwikkeld gevoel van saamhorigheid ontwikkeld, met name met betrekking tot hun leider.
Dit is geen pleidooi voor een kuddementaliteit, het is een voorbeeld van een diep geworteld gevoel van saamhorigheid. Het kan geen kwaad om in dit opzicht eens naar onszelf te kijken. Dat zou wel eens heel schokkend kunnen zijn!

8. Een soefi-kring bestaat uit individuen, die harmonieus met elkaar samenwerken en een gemeenschappelijk doel nastreven. Een van de beste definities van een gemeenschap is: `een groep mensen met een gemeenschappelijke trilling.' Die trilling is niet in strijd met de individualiteit, maar brengt die juist in harmonie, in overeenstemming met dit gemeenschappelijke doel. Een soefi-kring functioneert het best wanneer de mensen in harmonie zijn en elkaar aanvoelen. Soefisme berust op openstaan voor `samenhang'. Zikr, salât en adâb dienen om een subtiel gevoel van eenheid op te wekken en te versterken. Ga naar de bijeenkomsten, zorg dat je op tijd bent en besteed echt aandacht aan de thema's die op het werk betrekking hebben. Een derwisj die eraan deelneemt geeft blijkt van rijpheid en oprechtheid. Met andere woorden, het werk maakt deel uit van de eigen spirituele reis of sayri soeloek. Het is ook belangrijk te vermelden dat er van iemand die nieuw is binnen deze traditie uiteraard minder wordt verwacht en vereist dan van iemand die dit pad al veel langer bewandelt.

9. Het lijkt wel of het aangaan van zo'n band in onze tijd een zeldzaamheid en iets heel kostbaars is. De tariqa is niet bedoeld om pijn te veroorzaken of het mensen moeilijk te maken – discipline en verbondenheid zouden een bron van vreugde, geluk en welzijn moeten zijn.

Kabir Helminski Het wetende hart, De weg van de soefi: Verdieping en transformatie, Utrecht, 2002
George Steiner, Het oog van de meester, Amsterdam, 2003

terug naar boven

 



Home|Threshold Society|Mevlevi orde|Agenda|Artikelen|Boeken|Studiethema’s|Contact
The Threshold Society & The Mevlevi Order